TechStacks

Docenten kijken na met AI: tijdwinst of te groot risico?

Docenten kijken na met AI: waar begin je aan?

Steeds meer docenten laten kunstmatige intelligentie meekijken bij het nakijken van toetsen. Niet alleen bij meerkeuzevragen, maar ook bij open vragen en handgeschreven antwoorden.

Misschien speelt dit al op jouw school, of zit je zelf te twijfelen of je zo’n tool wilt gebruiken. Het kan veel tijd schelen, maar je voelt ook meteen: hier zitten haken en ogen aan.

In deze gids lopen we langs wat deze tools precies doen, wat je ermee wint, wat je kunt verliezen en hoe je er verstandig mee omgaat. Zodat jij zelf kunt bepalen hoe ver je hiermee wilt gaan, zonder je leerlingen of jezelf tekort te doen.

Wat AI-nakijktools precies doen in de klas

AI-nakijktools worden vooral gebruikt op middelbare scholen. Bekende namen zijn ToetsTester, ToetsPers en Kwizl, maar er komen steeds meer varianten bij.

Het principe is meestal hetzelfde. Je uploadt de toets, inclusief de gemaakte antwoorden, en de tool koppelt elk antwoord aan een leerling en aan het antwoordmodel.

Bij veel systemen kun je ook gescande, handgeschreven antwoorden gebruiken. De software zet het handschrift om naar getypte tekst en beoordeelt daarna de inhoud. Dat gaat dus een stuk verder dan alleen kruisjes tellen bij meerkeuzevragen.

ToetsTester draait inmiddels op zo’n vijftien scholen en de nakijksoftware van Kwizl op ongeveer 45 scholen. Dat zijn geen proefballonnetjes meer, maar serieuze pilots op schaal.

Scholen gebruiken deze tools om werkdruk te verlagen en om beter zicht te krijgen op wat leerlingen wel en niet beheersen. De inzet verschilt per vak en per docent. De ene docent gebruikt het alleen bij oefentoetsen, de andere durft het al aan bij grotere toetsen.

Toch geeft bijna niemand het nakijken volledig uit handen. De meeste docenten zien AI als een assistent die een eerste slag doet, waarna zij zelf de echte beoordeling doen.

Waarom docenten AI gebruiken bij het nakijken

De voornaamste reden om AI in te zetten is simpel: tijd. Nakijken slurpt uren, zeker bij vakken met veel schrijfwerk, zoals Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde.

Docent Nederlands Heleen Ogier gebruikt ToetsTester bijvoorbeeld als een soort onderwijsassistent. De tool doet een eerste beoordeling en stelt per antwoord een puntenaantal voor, waarna zij zelf nog langs alle antwoorden gaat.

Daardoor kan ze haar tijd anders inzetten. Minder turven, meer letten op formulering, redenering en taalniveau. Ze gebruikt de vrijgekomen tijd om gerichter feedback te geven in de les of in nagesprekken.

Een tweede reden is de analysefunctie. Veel tools laten in één oogopslag zien welke vragen massaal fout gaan, welke onderdelen goed gaan en welke vaardigheden achterblijven.

Docent Nederlands Joost Verheugen zegt dat hij dit zelf ook zou kunnen uitzoeken, maar dat het in de praktijk niet haalbaar is met dertig leerlingen per klas en een overvolle agenda. De tool maakt patronen zichtbaar die anders blijven liggen.

Voor sommige docenten werkt AI ook als spiegel. Aardrijkskundedocent Martin Bakker merkt dat ToetsTester hem confronteert met onduidelijke vragen of een rommelig antwoordmodel.

Als de tool structureel moeite heeft met een vraag, is dat vaak een teken dat de vraag zelf niet scherp genoeg is. Zo helpt de software indirect om je toetsen beter en eerlijker te maken.

De impact op didactiek en je band met leerlingen

Toch is niet iedereen enthousiast. Hoogleraar Felienne Hermans waarschuwt dat je als docent meer verliest dan alleen tijd als je het nakijken te veel uitbesteedt.

Nakijken is niet alleen een administratieve klus. Door elk antwoord zelf te lezen, leer je je leerlingen beter kennen dan via cijfers in Magister.

Je ziet wie net naast het goede antwoord zit, wie creatief denkt, wie vastloopt op taal en wie de stof echt niet begrijpt. Dat soort signalen pik je minder goed op als je vooral naar AI-voorstellen kijkt en die afvinkt.

Hermans vindt AI prima voor meerkeuzevragen, maar veel riskanter bij open vragen. Juist daar zit de nuance, de redenering en het persoonlijke niveau van een leerling.

Als je dat grotendeels uitbesteedt, lever je didactische informatie in. Je mist de kleine hints die je normaal in de marge ziet: een halve redenering, een originele invalshoek of een hardnekkige denkfout.

Daarnaast verandert er iets in de relatie met je klas. Als leerlingen het gevoel krijgen dat een systeem hun werk beoordeelt, kan dat het vertrouwen aantasten.

Vooral als je niet duidelijk uitlegt wat jij zelf nog doet. Als een leerling een cijfer krijgt dat niet klopt met zijn gevoel en hij hoort dan dat “de computer” het zo vond, ben je het gesprek eigenlijk al kwijt.

Tijdswinst: hoeveel scheelt het echt?

AI wordt vaak verkocht als enorme tijdsbesparing. Maar de vraag is hoeveel tijd je in de praktijk echt wint als je het zorgvuldig wilt doen.

Met de aankomende Europese AI-wet geldt het principe human in the loop. Jij moet als mens de controle houden, zeker bij beslissingen die invloed hebben op leerlingen.

Je mag het oordeel van de tool dus niet klakkeloos overnemen. Je blijft verantwoordelijk voor de beoordeling en moet die kunnen uitleggen.

Hermans zet daarom vraagtekens bij het tijdsargument. Als je toch elk antwoord moet controleren, corrigeren en afwegen, ben je dan echt sneller klaar?

Of verschuif je vooral het werk, van zelf nakijken naar het nalopen van AI-voorstellen en het corrigeren van fouten van het systeem?

In de praktijk zie je dat veel docenten AI vooral inzetten bij formatieve toetsen, schrijfopdrachten en oefenwerk. Daar is de druk lager en voelt het veiliger om een deel van het werk uit te besteden.

Bij cijfers en zeker bij examens zijn de meeste docenten veel terughoudender. Daar is de kans op discussie, bezwaar of herbeoordeling simpelweg te groot.

Regels, verantwoordelijkheid en wat nu al speelt

De regels rondom AI in het onderwijs zijn nog in beweging. De Europese AI-wet krijgt een aparte categorie voor toepassingen met hoog risico, en nakijken in het onderwijs valt daar ook onder.

De invoering van die regels is uitgesteld naar volgend jaar, maar de richting is duidelijk. AI mag, zolang er altijd een mens eindverantwoordelijk is en de risico’s beheersbaar blijven.

Tot die tijd zitten scholen en leveranciers in een soort tussenfase. Het ministerie van Onderwijs geeft aan dat AI gebruiken voor nakijken mag, zolang je je houdt aan de privacywetgeving en de aankomende AI-regels.

De school blijft altijd verantwoordelijk voor het uiteindelijke oordeel. Dat betekent dat jij als docent niet kunt zeggen: “De tool gaf dit cijfer, dus zo is het.”

Jij moet de beoordeling kunnen uitleggen en verdedigen, ook als een ouder of leerling bezwaar maakt. De AI is een hulpmiddel, geen scheidsrechter.

Bij eindexamens ligt het nog gevoeliger. Cito en het College voor Toetsen en Examens bepalen niet precies hoe scholen nakijken, maar de lijn is duidelijk: de verantwoordelijkheid ligt bij de school en de corrector.

In de praktijk zal bijna niemand het aandurven om een centraal examen grotendeels door AI te laten beoordelen. De risico’s bij fouten zijn simpelweg te groot, zowel voor leerlingen als voor de school.

Privacy, data en de achterkant van de tools

Naast didactiek en tijd speelt nog iets anders: wat gebeurt er met al dat leerlingwerk dat je uploadt? AI-nakijktools draaien vaak bij commerciële partijen.

Dat betekent dat werk van leerlingen op servers buiten de school terechtkomt. Soms in Nederland, soms elders in Europa, soms nog verder weg.

Je wilt dus zeker weten hoe lang die data worden bewaard, wie erbij kan en of het werk ook wordt gebruikt om de AI verder te trainen. Dat zijn geen details, maar basisvoorwaarden.

Vraag daarom altijd om duidelijke documentatie van de leverancier. Denk aan een verwerkersovereenkomst, informatie over opslaglocaties en een helder privacybeleid.

Check ook of de tool voldoet aan de AVG en of je eigen schoolbestuur akkoord is met het gebruik. Vaak heeft de ict-afdeling of de functionaris gegevensbescherming hier al een standpunt over.

Wees naar leerlingen en ouders eerlijk over wat je doet. Zeg niet dat je “een handig programmaatje” gebruikt, maar leg uit dat het om een AI-systeem gaat en wat dat betekent voor hun data.

Praktische manieren om AI veilig in te zetten

Als je AI wilt gebruiken bij het nakijken, is het slim om klein en laagdrempelig te beginnen. Ga niet meteen met een schoolexamen aan de slag.

Kies eerst voor opdrachten zonder cijfer, zoals schrijfopdrachten, oefentoetsen of huiswerk. Zo kun je rustig testen hoe de tool omgaat met verschillende soorten antwoorden.

Een handig stappenplan om te starten kan er zo uitzien:

  • Kies een laagrisico-opdracht: formatief, geen cijfer, geen grote gevolgen.
  • Maak een scherp antwoordmodel: hoe duidelijker jij bent, hoe beter de tool scoort.
  • Laat de AI een eerste beoordeling doen: alleen als voorstel, niet als eindscore.
  • Loop alle antwoorden zelf na: vooral de twijfelgevallen en opvallende scores.
  • Noteer waar de tool de mist in gaat: dat zegt iets over de tool én over jouw vraagstelling.
  • Bespreek de uitkomsten met collega’s: wat herkennen zij wel of niet?
  • Vertel je leerlingen wat je doet: wees open over de rol van AI.

Gebruik AI vooral als hulpmiddel voor een eerste selectie. Laat de tool bijvoorbeeld aangeven welke antwoorden duidelijk goed of fout zijn, en kijk zelf extra kritisch naar de grijze zone.

Zo houd je grip op de kwaliteit en leer je hoe de tool “denkt”. Na een paar rondes weet je beter wanneer je de uitkomsten kunt vertrouwen en wanneer niet.

Maak binnen je sectie of school ook afspraken. Wanneer mag AI worden gebruikt, bij welke vakken en bij welk type toets? En wat doe je als de tool een duidelijk ander oordeel geeft dan jij zelf?

Veelvoorkomende valkuilen en hoe je ze ontwijkt

Een grote valkuil is dat je te snel gaat vertrouwen op het oordeel van de tool. Zeker als je moe bent of tijdsdruk voelt, is het verleidelijk om voorgestelde puntenaantallen gewoon over te nemen.

Juist dan sluipen er fouten in die je anders misschien had gezien. Een halve redenering die toch punten verdient, een creatief antwoord dat buiten het strakke model valt, een leerling die net anders formuleert maar het wel snapt.

Een andere valkuil is onduidelijke vraagstelling. AI-tools zijn streng op formuleringen en antwoordmodellen. Als jouw vraag niet scherp is, kan de tool leerlingen onterecht afstraffen.

Docenten merken soms pas via de tool dat hun eigen toets niet helder genoeg was. Bijvoorbeeld als veel antwoorden als fout worden aangemerkt, terwijl jij ze als “redelijk” zou beoordelen.

Ook hier helpt een simpel controlelijstje:

  • Is de vraag eenduidig? Kun je hem op meerdere manieren lezen?
  • Sluit het antwoordmodel aan op de vraag? Of beoordeel je eigenlijk iets anders dan je vraagt?
  • Heb je voorbeelden van deels goede antwoorden? Weet de tool wat daar mee moet gebeuren?
  • Heb je uitzonderingen benoemd? Bijvoorbeeld alternatieve formuleringen die ook goed zijn.
  • Heb je de toets laten meelezen door een collega? Zeker bij nieuwe vraagtypes of nieuwe stof.

Privacy en datagebruik zijn een derde valkuil. Het is makkelijk om te denken: “Iedereen doet het, dus het zal wel goed zijn.” Maar jij bent degene die met echt leerlingwerk werkt.

Je voorkomt veel problemen door zelf actief te blijven meekijken, duidelijke afspraken te maken en kritisch te blijven op de uitkomsten. Zie AI als een slimme assistent, niet als een beoordelaar die het beter weet dan jij.

AI inzetten voor betere feedback, niet alleen voor cijfers

Als je dan toch met AI aan de slag gaat, kun je het ook breder inzetten dan alleen voor cijfers. Juist bij formatieve opdrachten kan een tool veel werk uit handen nemen.

Je kunt AI bijvoorbeeld gebruiken om snel korte feedbackzinnen te genereren op schrijfopdrachten. Jij bepaalt de criteria, de tool helpt met het formuleren.

Daar kun je vervolgens zelf weer een slag overheen doen. Je hoeft niet meer dertig keer dezelfde opmerking te typen over alinea-indeling of bronvermelding, maar je kunt je richten op de inhoud.

Ook kun je AI gebruiken om leerlingen zelf meer inzicht te geven in hun werk. Denk aan automatische overzichten van veelgemaakte fouten in een klas, of per leerling een kort profiel van sterke en zwakke punten.

Als je dat soort overzichten gebruikt in een nabespreking, wordt de toets meer dan alleen een cijfermoment. Je maakt van nakijken een startpunt voor de volgende les.

Let er wel op dat je leerlingen niet overspoelt met generieke feedback. Houd het concreet en koppel het aan voorbeelden uit hun eigen werk. AI kan helpen met de basis, jij zorgt voor de echte vertaalslag.

Samen met collega’s en school beleid maken

AI bij nakijken is geen individuele hobby meer, maar iets waar je als team iets van moet vinden. Als de ene docent alles met AI doet en de ander niets, wordt het al snel ongelijk en onduidelijk voor leerlingen.

Het helpt om binnen je sectie of school een paar basisvragen samen te beantwoorden. Bijvoorbeeld: bij welke soorten toetsen vinden we AI acceptabel, en waar niet?

Ook kun je afspreken hoe transparant je naar leerlingen en ouders wilt zijn. Vertel je standaard dat je AI gebruikt, of alleen als iemand ernaar vraagt?

Handig is om een paar concrete scenario’s te bespreken. Wat doe je als de tool een antwoord fout rekent dat jij goed vindt? En andersom?

Wie beslist er als er een klacht komt over een cijfer dat (deels) met AI tot stand is gekomen? En hoe leg je dan uit wat de rol van de tool was?

Door dit soort vragen vooraf te bespreken, voorkom je dat je in je eentje moet improviseren als er een probleem ontstaat. Je staat sterker als je kunt zeggen: “Zo hebben we het op school afgesproken.”

Lees ook deze artikelen!