TechStacks

De keerzijde van kleine windturbines voor vogels en vleermuizen

De onzichtbare prijs van kleine windturbines

Duurzame energie voelt vaak als een win-win: lagere kosten, minder uitstoot en je eigen stroom opwekken. Kleine windturbines lijken dan een logische stap, zeker op het platteland. Maar in de praktijk blijkt dat vogels en vleermuizen er vaker dan gedacht de dupe van zijn.

Vooral in Groningen en Friesland is dat nu goed onderzocht. Daar zie je dat de impact op dieren niet alleen iets is van grote windparken op zee of langs snelwegen. Ook die ene kleine molen op een erf kan elk jaar slachtoffers maken.

Als je zelf een turbine hebt of erover nadenkt, is het dus slim om verder te kijken dan alleen de stroomopbrengst. Je wilt niet pas achteraf horen dat jouw installatie een probleem vormt voor beschermde soorten. Met wat kennis en voorbereiding kun je veel ellende voorkomen.

Waar kleine windturbines nu vooral staan

In Groningen zijn de afgelopen jaren ongeveer vierhonderd kleine windturbines geplaatst. Het gaat vooral om molens bij agrarische bedrijven, op erven en in het open buitengebied. Landelijk ligt het totaal rond de 850 van dit soort kleine turbines.

Bij de eerste golf aan plaatsingen lag de nadruk vooral op techniek en inpassing in het landschap. Genoeg wind vangen, geen gezeur met buren en een molen die niet te veel opvalt, dat was de hoofdvraag. De gevolgen voor vogels en vleermuizen kregen minder aandacht, ook omdat er weinig harde cijfers waren.

Pas toen er meldingen kwamen van veel vliegbewegingen en dode dieren rond bepaalde turbines, ging er een alarmbel af. Dat was het moment dat de provincies Groningen en Friesland een breder onderzoek lieten doen. Daaruit blijkt nu dat de optelsom van al die kleine molens een stuk zwaarder uitpakt dan gedacht.

Wat het onderzoek zegt over slachtoffers onder vogels en vleermuizen

Uit het onderzoek komt naar voren dat per kleine windturbine jaarlijks gemiddeld ruim twee vogels omkomen. Voor vleermuizen gaat het om ongeveer één dier per turbine per jaar. Als je alleen naar één erf kijkt, lijkt dat misschien nog te overzien.

Maar als je die aantallen vermenigvuldigt met honderden turbines, loopt het snel op. Dan kom je uit op aantallen die boven de normen liggen die de Raad van State hanteert voor aanvaringsslachtoffers. Met andere woorden: het totale effect is simpelweg te groot om te negeren.

De meeste botsingen gebeuren niet midden in een kale akker. Vooral turbines die dicht bij bomen, gebouwen of water staan, zorgen voor problemen. Dat zijn precies de plekken waar vogels en vleermuizen eten zoeken, rusten of langs vliegen op vaste routes.

Waarom locatie en omgeving zoveel uitmaken

De plek van een turbine bepaalt voor een groot deel het risico voor dieren. Een molen midden in een open veld is meestal minder gevaarlijk dan eentje vlak naast een bomenrij, sloot of stal. Dieren gebruiken die elementen als oriëntatie en als leefgebied.

Vleermuizen volgen vaak houtwallen, singels en watergangen, omdat daar veel insecten zitten. Ze vliegen daar relatief laag en gericht, vaak op vaste routes tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Als daar ineens wieken doorheen draaien, is de kans op aanvaringen groot.

Bij gebouwen zie je hetzelfde met soorten als zwaluwen, mussen en gierzwaluwen, die rond daken en stallen jagen of nestelen. Een turbine op een erf met veel schuren, bomen en water trekt dus onbewust risico naar zich toe. Daarom wordt bij nieuwe plaatsingen steeds kritischer gekeken naar de directe omgeving en de vliegroutes van dieren.

Hoe vogels en vleermuizen zich gedragen rond turbines

Het gedrag van dieren speelt een grote rol in de risico’s. Veel vogels zijn gewend om obstakels te ontwijken, maar hebben moeite met snel draaiende wieken, zeker bij slecht licht of harde wind. Soorten die laag vliegen of vaak rond erf en sloot hangen, lopen extra gevaar.

Vleermuizen gebruiken echolocatie, maar die werkt minder goed bij snel bewegende, dunne objecten zoals rotorbladen. Bovendien worden ze aangetrokken door insecten die zich juist rond turbines verzamelen, bijvoorbeeld door turbulentie of verlichting. Daardoor komen ze dichter bij de wieken dan je zou verwachten.

Ook het seizoen maakt uit. In de nazomer en vroege herfst zijn vleermuizen extra actief, onder andere door trek en het zoeken naar partners. Bij vogels zie je pieken tijdens de voorjaars- en najaarstrek, maar ook in het broedseizoen als er veel vliegverkeer is tussen nest en voedselgebied.

Welke maatregelen provincies nu nemen

De provincie Groningen wil het aantal slachtoffers omlaag brengen zonder meteen alle kleine turbines stil te leggen. Een belangrijke maatregel is het tijdelijk uitzetten van turbines op momenten met extra risico. Denk aan warme, rustige nachten in augustus en september, wanneer vleermuizen veel vliegen.

Dat stilzetten kun je slim instellen, bijvoorbeeld alleen bij bepaalde windsnelheden of windrichtingen. Zo beperk je het verlies aan opbrengst, terwijl je wel een groot deel van de risicovolle uren weghaalt. Voor boeren en andere eigenaren is dat beter te dragen dan een volledige stop.

Daarnaast wordt er gewerkt aan het verbeteren en uitbreiden van leefgebieden op plekken waar geen turbines staan. Door dieren meer veilige zones te geven, kun je hun vliegroutes een beetje sturen. Het is geen perfecte oplossing, maar het helpt wel om de druk rond bestaande molens te verlagen.

Strengere voorwaarden voor nieuwe kleine windturbines

Nieuwe kleine windturbines blijven in principe mogelijk, maar de lat ligt hoger dan een paar jaar geleden. Voor plaatsing is nu vaak een ecologisch onderzoek verplicht. Daarin wordt gekeken welke soorten in de buurt voorkomen en hoe ze het gebied gebruiken.

Op basis daarvan kun je vooraf inschatten of een locatie te risicovol is. Komt uit het onderzoek dat er veel vleermuisactiviteit is of dat er belangrijke vogeltrek plaatsvindt, dan is een andere plek of een aanpassing nodig. Soms is het gewoon geen goed idee om op een bepaalde locatie een turbine neer te zetten.

Voor jou als initiatiefnemer betekent dit meer voorbereiding en extra kosten. Aan de andere kant verklein je de kans op gedoe met vergunningen, bezwaarprocedures of later opgelegde beperkingen. En je weet beter wat de impact van jouw installatie is op de natuur om je heen.

Waarom kleine windturbines zo belangrijk zijn voor boeren

Voor veel boeren zijn kleine windturbines een belangrijke schakel in hun energievoorziening. Met een gemiddelde opbrengst van bijna 54.000 kilowattuur per jaar kun je een flink deel van je stroomverbruik opvangen. Denk aan melkrobots, koeling, ventilatie, voerinstallaties en verlichting.

De energiekosten lopen op, terwijl de inkomsten niet altijd meestijgen. Een eigen turbine geeft dan wat lucht en voorspelbaarheid, zeker als stroomprijzen schommelen. Het past ook bij de wens om het bedrijf te verduurzamen en minder afhankelijk te zijn van fossiele energie.

Juist daardoor schuurt het onderwerp zo. Aan de ene kant heb je de noodzaak van de energietransitie en de positie van boeren. Aan de andere kant staat de bescherming van vogels en vleermuizen, die ook wettelijk is vastgelegd. De uitdaging is om die belangen niet tegenover elkaar te zetten, maar te combineren in slimme keuzes.

Hoe je als boer of eigenaar zelf risico’s kunt beperken

Als je al een kleine windturbine hebt, kun je zelf meer doen dan je misschien denkt. Begin met goed kijken naar je erf en de directe omgeving. Zie je veel vogels of vleermuizen rond bepaalde plekken, zoals een vijver, bomenrij, stal of mestbassin, dan is dat een duidelijk signaal.

Overleg met de leverancier of beheerder van je turbine over de mogelijkheden voor tijdelijke stilstand. Soms kun je met een simpele aanpassing in de besturing de molen automatisch uitzetten bij bepaalde omstandigheden. Dat kost wat opbrengst, maar verkleint de kans op problemen en toekomstige beperkingen vanuit de overheid.

Denk ook na over hoe je je erf verder inricht. Nieuwe beplanting, nestkasten of waterpartijen kun je zo plaatsen dat ze niet precies in de lijn van de turbine liggen. En merk je regelmatig slachtoffers, meld dat dan bij gemeente of provincie, hoe klein het aantal ook lijkt.

Checklist voor het plaatsen van een nieuwe kleine windturbine

Sta je nog aan het begin en denk je na over een nieuwe turbine, dan helpt een gestructureerde aanpak. Hieronder een simpele checklist om je plan scherper te krijgen en risico’s te beperken.

  • Breng je energieverbruik in kaart: hoeveel stroom gebruik je per jaar en wanneer zijn je pieken.
  • Bepaal of wind echt de beste optie is: vergelijk met zon op dak of een combinatie van beide.
  • Kijk naar de omgeving: staan er bomen, watergangen, houtwallen of hoge gebouwen in de buurt.
  • Let op natuurwaarden: weet je of er vleermuizen, zwaluwen of andere beschermde soorten zitten.
  • Check bestaande regels: informeer bij gemeente en provincie naar beleid voor kleine turbines.
  • Plan een ecologische scan: laat een ecoloog meekijken naar routes en seizoenspatronen.
  • Denk vooruit over stilstand: ben je bereid de turbine in bepaalde periodes of omstandigheden uit te zetten.
  • Betrek je buren: bespreek plannen vroegtijdig om weerstand en klachten te voorkomen.
  • Reken verschillende scenario’s door: met en zonder stilstand, met en zonder extra maatregelen.
  • Leg afspraken vast: bijvoorbeeld over monitoring, meldingen van slachtoffers en aanpassingen in de toekomst.

Technische keuzes die invloed hebben op natuurimpact

Niet alleen de plek, maar ook de techniek van de turbine speelt een rol. De rotordiameter, ashoogte en het toerental bepalen samen hoe groot het risicogebied rond de molen is. Een kleinere rotor op lagere hoogte kan in sommige situaties juist gunstiger zijn voor vogels en vleermuizen.

Ook de manier waarop de turbine wordt aangestuurd, maakt uit. Systemen die automatisch stilstand toepassen bij lage windsnelheden in risicoperiodes, kunnen veel vleermuisslachtoffers schelen. Dat zijn vaak precies de momenten waarop de opbrengst toch beperkt is.

Verder kun je nadenken over verlichting en markering. Felle lampen trekken insecten en daarmee vleermuizen aan, dus die wil je zo veel mogelijk beperken of slim afschermen. Bij vogels kan het helpen als de turbine en de mast goed zichtbaar zijn, zeker bij slecht weer of schemer.

Stappenplan om je bestaande turbine natuurvriendelijker te maken

Heb je al een turbine staan en wil je de impact verkleinen, dan kun je het stap voor stap aanpakken. Je hoeft niet alles in één keer om te gooien om toch verschil te maken.

  1. Observeer je erf: noteer een paar weken lang waar en wanneer je veel vogels en vleermuizen ziet.
  2. Leg waarnemingen vast: maak foto’s, korte notities en markeer plekken op een plattegrond.
  3. Check de instellingen: vraag je leverancier welke mogelijkheden er zijn voor automatische stilstand.
  4. Pas stilstand toe in risicoperiodes: begin bijvoorbeeld met nazomernachten bij lage windsnelheid.
  5. Beperk verlichting rond de turbine: zet lampen uit als ze niet nodig zijn of gebruik gerichte verlichting.
  6. Stuur dieren weg van de risicocirkel: verplaats waar mogelijk drinkplaatsen, voerplekken of nestkasten.
  7. Laat een ecoloog meekijken: zeker als je in een gebied zit met veel natuurwaarden.
  8. Meld slachtoffers: zo help je mee aan beter inzicht en toekomstig beleid.

Wat dit betekent voor de energietransitie in het buitengebied

De uitkomsten van het onderzoek raken direct aan de vraag hoe we het platteland verduurzamen. Kleine windturbines lijken op papier ideaal: dichtbij de gebruiker, relatief kleinschalig en vaak goed in te passen. Maar de natuurimpact laat zien dat er duidelijke grenzen zijn.

Dat betekent niet dat kleinschalige windenergie geen toekomst heeft. Het betekent wel dat je kritischer moet kijken naar waar en hoe je het inzet. Op sommige plekken is zon op dak of een gezamenlijke grotere turbine op een betere locatie waarschijnlijk verstandiger.

Voor beleid betekent dit dat natuurbelangen vanaf het begin moeten worden meegenomen. Niet pas als de molens al draaien en er slachtoffers vallen. Hoe eerder je die afweging maakt, hoe minder je later hoeft terug te draaien en hoe beter je draagvlak houdt bij zowel boeren als omwonenden.

Lees ook deze artikelen!